Lapland, het was altijd al een droom geweest van ons om in de wildernis rond te trekken met onze rugzak. Complete rust, genieten van de natuur en volledig weg zijn van onze drukke maatschappij was als een zegen voor ons. Nu was het zo ver, de tocht was gepland, de rugzak zorgvuldig ingepakt en gezonde stress om wat ons te wachten zou staan.

Lengte: 144km | Hoogtemeters: 3681m | Aantal etappes: 10

Dag 1: het vertrek
Tuut, tuut, tuut,… de wekker, yes! Het is dan wel 5u ’s morgens, maar toch zijn we blij dat de wekker afloopt. Het is namelijk tijd om ons klaar te maken om op verlof te trekken. Inderdaad, trekken…met de rugzak door Zweden, meer bepaald het hoge noorden: Lapland.
De gedachte om naar Zweden op reis te gaan en welk gebied was snel gemaakt, maar om alle puzzelstukjes van transfers en zo in elkaar te passen was niet zo makkelijk maar het is gelukt. Om 8.40u stijgt onze vlieger in Zaventem op, dus om 6.10u vertrekken we richting luchthaven. De pa van Inga was zo goed om ons een lift aan te bieden, ook al was het zo vroeg. Toen we zaten te wachten op ons vliegtuig zagen we het…oei een kleine vlieger, dat zal raar zijn om mee te vliegen. We hebben namelijk altijd al met grotere vliegtuigen gevlogen. Achteraf bekeken viel het zeer goed mee, maar dat kan aan de piloot gelogen hebben want hij heeft ons goed door de lucht geleid. Aangekomen in Stockholm moesten we eerst met een bus naar het centrum zien te geraken, om daarna vervoer te zoeken om op een andere luchthaven te geraken waar we naar het hoge noorden vertrokken. Als vervoer naar de luchthaven verkozen we de Arlanda Express, een rechtstreekse trein van het centrum naar Arlanda Airport, waarbij we snelheden haalden van 205 km/u !Op deze luchthaven werden we streng gecontroleerd, bijna waren we onze kookpotten en onze koffie kwijt omdat de mensen van de douane deze verdacht vonden. Maar geen probleem, na onze rugzak geopend te hebben waren ze gerust. Het vliegtuig dat ons naar het noorden zou brengen was een veredelde bus met vleugels zoals wij zeggen. Er was plaats voor 40 passagiers en het waren geen straalmotoren maar propellers. Ik kan u vertellen…dat is raar in het begin. Met enige angst stapten we in het vliegtuig, onterecht bleek later. Dit zullen we niet snel vergeten, evenals de blauwe kijkers van de stewardess… . Aangekomen op Lapland Airport in Gällivare bleven we eigenlijk een beetje verweesd achter. Niemand meer te zien in de terminal behalve wat werkmannen, geen enkele bus te zien, natuurlijk niet…we zijn in Lapland. Teneinde raad dan maar de werkmannen aangesproken, dat was blijkbaar een goed idee! 1 van de 2 wou ons wel een lift geven naar het centrum waar de camping gelegen was. Vriendelijk volk die Zweden! Eind goed al goed dus, een welverdiende nachtrust kwam ons tegemoet in de youth hostel van Gällivare.
Dag 2: Ritsem – Kisuris (16km)
Vandaag zal onze grote trektocht beginnen, maar eerst moeten we nog met de bus een rit van 3,5u naar Ritsem maken. Deze nacht was heel onrustig, we hadden er namelijk een beetje last van dat het niet donker wordt ’s nachts, vergelijk het maar met jetlag. Het had wel iets…om 2.30u wakker worden en zien dat het klaarlicht is buiten. Voor we vertrokken moesten we nog aan gas zien te geraken om te kunnen koken onderweg. De dame van de camping had ons een adres gegeven. Toen we bij die winkel aankwamen was deze nog gesloten en zou maar pas opengaan 15min voor we de bus moesten hebben. Omdat we niet vlakbij de bushalte waren was dit dus een probleem. We konden binnenkijken in de winkel en zagen dat er 2 verkoopsters aanwezig waren. Na wat aandacht te trekken hebben ze toch speciaal voor ons de winkel even geopend zodat we ons gas beet hadden. De 3,5u in de bus zijn voorbij gevlogen, het prachtige landschap hield ons bezig en vooral het gedrag van de chauffeur deed onze wenkbrauwen fronsen. Soms stopte hij ergens waar er op het eerste zicht niets was, draaide zijn raampje open en smeet iets buiten. Na een paar keer stoppen viel onze eurocent, de buschauffeur deed de krantenronde! Op dit moment was de enige spelbreker het weer: het regende al de ganse dag. Hopelijk verandert dit nog in de loop van de dag. Toen we in Ritsem aankwamen stond de boot die ons over het Akka meer zou brengen te wachten op ons. De tocht is de start van onze trektocht en zal ongeveer 40 minuten duren. Aangekomen aan de overkant stonden de muggen ons al op te wachten…binnen de kortste keren zaten we vol van die beestjes. We beginnen onze tocht tussen de berkenbomen en het zal vandaag bijna niets anders worden. Het bleef maar regenen, maar het kon ons eigenlijk niet schelen want we waren goed ingepakt. In de verte hoorden we snelstromend water, en ja hoor toen we korter kwamen zagen we de snelstromende rivier die we moesten oversteken door middel van een hangbrug. Het was prachtig, en tijdens we aan het genieten waren van de omgeving haalde een Zweeds koppel ons in en we begonnen een babbel. Ze lieten ons zien welke de nationale bes was van Zweden: de “cloudberry”. Deze bes is rijk aan vitaminen en dus zeer goed om onderweg te eten. “Je komt er nog wel wat tegen”: zeiden ze. De regen hield niet op en onze voeten begonnen stilaan nat te worden. “Amaai”: zeiden we: ”wat gaat dat hier worden?” Onze moed zakte al een beetje in onze natte schoenen. Een eindje verder kwamen we de eerste beestjes tegen: winterhoenen. De beestjes waren met 3 en bleven ons zeker 300 meter voorlopen, precies de weg tonend. Het begon harder en harder te regenen en we kregen het moeilijk. “Waar zijn we aan begonnen”: klonk het. We naderden onze eerste slaapplaats en beslisten om in de hut te slapen waar we onze kleren en schoenen konden drogen. De vriendelijkheid van de andere gasten krikte onze moed terug op en na een lekkere maaltijd konden we moe maar voldaan in ons bed kruipen.
Dag 3: Kisuris – Laddejakka (24km)
We hadden goed geslapen deze nacht, maar toch twijfelden we nog of we deze dag tot een goed einde zouden brengen. 24km met een rugzak van 24kg en 21 kg op de rug is niet niks. Na een stevig ontbijt en na wat rijp beraad, beslisten we toch om verder te gaan en kijken wat de dag brengt. De eerste 6km gingen razendsnel voorbij en het weer viel ook goed mee, het is droog en bewolkt maar verderop begint de zon toch door te breken. Bij het Kutjaure meer zien we onze eerste rendieren, het is prachtig om te zien hoe vredig deze beesten in de bergen lopen te grazen. Nu wisten we het zeker, deze dag zouden we tot een goed einde brengen. We gingen op en af maar nooit steil, daardoor vlotte de wandeling zeer goed. Links en rechts doken de besneeuwde toppen van enerzijds Noorwegen en anderzijds Sarek Nationaal Park op. Het was prachtig, net een sprookje! Naargelang de wandeling vorderde deden de voeten en de schouders meer en meer pijn. Dat is waarschijnlijk de tol van de lange afstand en het niet meer gewoon zijn te lopen met een rugzak.
Tegen het einde van de wandeling werd de tocht lastiger, het ging meer op en af en er waren geen vlakke stukken meer. Vaak liepen we over houten paadjes waar de lemmingen gewoon onderdoor liepen en soms bijna over de tippen van onze tenen. 3 tot 4 maal moesten we een rivier oversteken wat 1 keer leidde tot een beetje een natte voet. De laatste kilometers begonnen moeizaam te gaan en tot slot van rekening moesten we de afdaling naar de hut nog nemen. We zagen de hut liggen maar de afdaling was zeer steil en met de rugzak ging dit heel moeilijk, maar moeilijk gaat ook zeiden we. Aangekomen bij de hut waren we precies 2 oudjes die wandelden, zo pijn deden onze knoken. We maakten kennis met de medebewoners en al snel waren we aan de babbel met een Zweeds meisje en 2 Deense dames, we babbelden tot in de late uurtjes… .
Dag 4: Laddejakka – Arasluokta (13km)
Het wandelen begint beter en beter te gaan, zou het komen omdat we ons aanpassen of zou het wandelen er voor iets tussen zitten? Wie zal het zeggen? We waren als laatste van de hut uit ons bed, toen wij opstonden vertrok het Zweedse meisje al voor haar tocht. We hadden dan ook een minder zware tocht vandaag…dachten we. Na een kommetje muesli en een stuk Sami-brood konden we de rugzak inladen en vertrekken. Samen met ons vertrok een Zweeds gezin naar dezelfde locatie. Het zou een haasje over worden voor de ganse dag. Het begon prachtig, we moesten door middel van een hangbrug een woeste rivier oversteken. Deze rivier deed ons denken aan de natuurfilms op tv die opgenomen zijn in Canada en Alaska. Het azuurblauwe water stuwde langs grote rotsblokken die in de rivier lagen en kabbelde een heel eind verderop rustig verder naar het Vastenjaure, 1 van de 2 grote meren in de buurt. Nu kan het echte werk beginnen, klimmen en nog eens klimmen. Gisteren hadden we ons voorgenomen om regelmatig eens te stoppen en de rugzak eens van onze rug te doen. Het weer was schitterend, de zon scheen volop maar door de vele wind voelde we ze niet branden. 6km stijgen, het deed onze benen verzuren, en eigenlijk begon ons hele lichaam zowat zeer te doen. Toen we helemaal boven waren, was het zeer en de vermoeidheid snel verdwenen door het schitterende uitzicht dat we hadden. In de afdaling van deze berg begon de rugzak serieus pijn te doen en beslisten we om even wat langer te stoppen, we hadden immers tijd genoeg. Languit in het gras liggend genoten we van de vele natuurgeluiden die we hoorden. Bijna waren we zelfs ingedommeld. Toen we verdergingen kwamen we nog een rendier tegen. Inga zei ineens dat ze een snelweg hoorde,”dat kan niet”: zei ik. Hetgeen ze hoorde werd later duidelijk: een woeste rivier die we moesten oversteken met een nogal schamele hangbrug. Vanaf toen begon het terug bergop te gaan en verschillende malen werd de zuurstof in onze benen afgesneden. Gans boven zagen we de hut liggen en werd onze moed terug een beetje opgekrikt. De afdaling was steil en niet gemakkelijk door de vele rotsen en boomwortels die over het pad lagen. We trokken in een hutje voor zes personen, het waren er verschillende, met het gedacht dat er nog volk zou intrekken. Maar niets was minder waar, we hadden de hut voor ons alleen, de hele avond en nacht. We hadden gehoord dat de huttenwaard brood en vlees verkocht, en dat zou nu juist wel smaken. We kochten een brood en 2 stukken gedroogd rendiervlees, wat we al lang eens wilde proeven. De huttenwaard was een Sami-vrouw die ons engels niet zo goed verstond…en wij het hare ook niet. Maar we hadden wat we wilden hebben dus was er geen probleem. Die avond hebben we genoten van ons hutje.
Dag 5: Arasluokta – Staloluokta (11km)
Naar deze dag hadden we van in het begin uitgekeken, we zouden gaan geocachen vandaag en we zouden straks eveneens half weg zijn. Deze morgen zijn we laat opgestaan, het was al half negen eer we onze ogen opendeden. We hadden vandaag dan ook een relatief “makkelijke” dag. Op ons gemak hebben we ons ontbijt binnengespeeld en het hutje een beetje proper gemaakt. Er was veel wind geweest deze nacht, maar we hebben er relatief weinig last van gehad, onze slaap wordt met de dag beter. De wandeling begint zoals bijna elke dag…klimmen. Maar zo steil als gisteren was het niet. Het ging relatief vlot en de pijn in de benen en schouders begint te beteren. Voor we het wisten stonden we bijna boven op de berg, maar toen werd onze aandacht afgeleid door een aantal rendieren. Het is grappig om te zien hoe deze beesten steeds op hun hoede zijn voor mensen en nogal snel de benen nemen. De laatste meters bergop passeren we nog een kleine gletsjer die er een beetje verlaten bijligt. Vanop de hoogte waar we nu zijn hebben we een machtig uitzicht op het Viruhaure meer met in de achtergrond de Noorse bergtoppen. Het gevoel dat je hier hebt is onbeschrijflijk, hier besef je dat je eigenlijk niet meer bent dan een stipje in het landschap. We waren het er unaniem over eens: dit is het mooiste wat wij ooit tot nu toe gezien hebben. Op deze plaats hebben wij ook onze recordgeocache gevonden: 4 dagen stappen voor een cache te vinden! Stilaan begint onze weg te dalen en komen we op een mooi plekje. Overal omgeven door heuvels, vele bloemen en massa’s cloudberry’s. We hebben dan ook de tijd genomen om er een aantal te plukken om op te eten. Nog een klein beetje bergop, dan zagen we de hut staan evenals Staloluokta, een lappennederzetting, en daarna steil bergaf maar toch niet te moeilijk. De baai van de nederzetting is een prachtige plaats. Het beroemde kerkje van Staloluokta dook ook op, niet ver van de hut. Het was een grote hut, modern tegenover de andere hutten waar we al verbleven hadden. Net naast de hut stond een bord met het opschrift: “Shop”. Wat zouden we hier van moeten verwachten? We zullen zien. Het was een soort garage die omgevormd was tot winkel waar we vanalles konden krijgen. We kochten ieder een blikje cola…mmm, dat smaakte. Goed gegeten, genoten van de cola en lekker gekletst hebben we gedaan voor we aan onze nachtrust begonnen. Morgen zou een lange dag worden… .
Dag 6: Staloluokta – Tuottar (19km)
Om 6u deze morgen werden we al wakker van de bedrijvigheid in de hut. Er was al iemand wakker en was al lawaai aan het maken in de keuken. Geen probleem, we wilden immers zelf ook vroeg opstaan omdat het vandaag een zware lange dag zou worden. 19km en 400m stijgen, eigenlijk hadden we er een beetje bang van en hadden we al het idee gehad om er mee te stoppen. Maar het eergevoel primeerde en we gingen door. Het weer was zeer goed, het was al warm om 7.30u. Het begin was een beetje venijnig, eerst op dan af, zelfs redelijk steil. Maar het tempo dat we maakte voorspelde veel goeds. Na de eerste 2km was het vlakker en kon het tempo nog een beetje omhoog. Het ging zeer goed, dit was het eerste moment dat we zeker waren dat we de tocht tot een goed einde zouden brengen. Het terrein veranderde, we waren struiken gewoon en zicht op het meer, nu gingen we hogerop en kwamen we boven de boomgrens en hadden we zicht op de steile bergtoppen van het Sareks Nationaal park. Na 3 uur stappen beslisten we om te eten en zagen we op de GPS dat we al halfweg waren. Toen konden we meer genieten en het rustiger aan doen. We ondervonden aan de houten paadjes dat dit een minder populair gedeelte van de tocht was, vele mensen starten in Ritsem en nemen de helicopter terug van Staloluokta. Ze weten niet wat ze missen, dit is namelijk het mooiste gedeelte van de tocht, voor ons althans. In dit gebied komen we de meeste rendieren tegen, soms met 5 of 6 bij elkaar. De kilometers beginnen wel zwaar te wegen na al dat klimmen, maar we troosten ons dat het maar 2km meer is. Op dit moment moeten we een sneeuwveld oversteken dat beenhard en uiterst glad is. Voorzichtig steken we het over. Het is raar dat er op 900m hoogte sneeuwvelden zijn, we zijn dit niet gewoon, maar blijkbaar heeft dit te maken omdat we in het hoge noorden zitten. Een eindje na de sneeuw stopte het pad bij de oevers van een meertje, raar… . Aan de overkant van het meertje zagen we de weg verder gaan, dit kon maar 1 ding betekenen, schoenen uit en oversteken. Het water was ijskoud maar eens je er uit bent en je kousen en schoenen terug aanhebt, voel je dit niet meer. Een 200m tal verder hadden we het weer zitten, terug schoenen uit! Maar dit zou de laatste keer zijn vandaag, we zien immers de hutten staan aan de overkant. We kwamen aan de hut aan op een degelijk uur zodat we nog wel wat vrije tijd hadden, tijd om ons eens te wassen bedoelen we. Het was immers 3 dagen geleden dat we dit nog eens deftig gedaan hadden.
Dag 7: Tuottar – Tarraluoppal (11km)
De dag begon weer vroeg, al waren we deze nacht wakker geworden van het slechte weer. De regen en wind kletterde tegen de ramen. Vandaag zou het een overgangsetappe worden: eerst nog een klein beetje bergop, dan in een lichtjes dalende lijn naar beneden. Het hoogste punt van onze volledige trektocht zullen we vandaag bereiken: 1000m. We plannen om redelijk vroeg in de namiddag aan te komen in Tarraluoppal om nog een beetje te genieten van de omgeving en de beentjes wat rust te geven. Die rust zal goed van pas komen want we beginnen stilaan te voelen dat we al 5 dagen aan het stappen zijn. De omgeving van de wandeltocht deed ons een beetje denken aan de Vanoise in de Franse alpen een paar jaar geleden. Lage groene begroeiing met hier en daar mooie bloemen en vele rotsblokken. Toen moesten we een rivier oversteken wat niet al te moeilijk was. Eens de rivier overgestoken begon het een beetje te regenen. Toch maar voor alle zekerheid onze regenkledij aantrekken wat geen slecht idee was. Het was nog 5km maar de regen duurde maar een half uurtje dus erg nat werden we niet. Toen kwamen we bij een sneeuwplek waar 4 rendieren vredig lagen te slapen. Sssst, stil zijn misschien kunnen we een mooie foto nemen. We konden redelijk kort komen en de foto lukte verbazend goed. Voor we het wisten zagen we de hutten staan in de verte, maar het was nog wel een uurtje stappen. Net voor de hutten moesten we nog over een hangbrug oversteken, deze was uitgerust met maar 2 houten planken en was nogal wankel. Zeer voorzichtig zijn we ze zonder problemen overgestoken. Het was kwart voor 2 dus we hadden nog tijd genoeg om onze was een beetje te doen.
Dag 8: Tarraluoppal – Sammarlappa (15km)
De ochtend was er weer snel, ook al lagen we vroeg in ons bed gisterenavond. De vermoeidheid begint ons duidelijk parten te spelen, we kunnen het niet ontkennen. Vandaag zou het een wandeling worden van 15km, niet moeilijk, maar ook niet gemakkelijk. Na ons dagelijks bord muesli konden we vertrekken. Vanaf hier zouden we definitief afscheid nemen van de kale bergtoppen en ons in een meer bosrijke omgeving bevinden, we dalen immers af naar onder de boomgrens. Bosrijk maar ook meer met beestjes lieten we ons vertellen door onze “stugvard”, beren, wolven, otters,… we kregen er rillingen van. Inga begon de wandeling met een klein hartje, ze ziet graag beestjes maar ze zo in het wild tegenkomen…? We begonnen er aan en de zon stond hoog aan de hemel. Zoals het er nu uit ziet zal het een stralende dag worden. Om 8u is het zelfs al 16°C. Het eerste stuk ging vrij gemakkelijk, tot aan de eerste rivier waar onze schoenen al uit moeten. Het water was serieus koud maar dit was goed om wakker te worden. Waar we een beetje bang voor waren werd de waarheid, de benen zijn moe ze willen niet meer. Maar we moeten, we zullen de knop moeten omdraaien en op karakter verder gaan, we hebben dan ook al 110km in de benen. De vorige dagen waren we blij dat we van de houten paadjes vanaf waren, nu was het een opluchting dat we er tegenkwamen want dat stapte goed. Het werd duidelijk dat de begroeiing dichter werd, op sommige plaatsen moesten we er ons bijna doorwringen. Door de vele grote rotsblokken en boomwortels op het pad, werd deze wandeling toch wel wat moeilijker en begon het tempo te dalen. Bruggetjes over de vele riviertjes waren er bijna niet meer, dus moesten we onze wandelstokken nemen en over de stenen lopen. Soms hadden we prachtige panorama’s tussen de bomen door. Zo’n natuur hadden wij nog nooit eerder gezien, het was volledig wat wij verwachtte van Zweden. In de verte zagen we een bord staan, toen we korter kwamen zagen wat dit wilde betekenen. We waren aan de rand gekomen van het Padjalanta Nationaal park. We hadden het gehaald, we hadden het Nationaal park van noord naar zuid doorgewandeld. Na een steile bergaf en een hangbrug kwamen we uit in een ander natuurpark waar de begroeiing nog dichter was. Vanaf hier kregen we meer en meer last van de muggen, maar we wisten het op voorhand. Gelukkig waren er nog veel houten paadjes waar we gemakkelijker konden op stappen dan op de rotsige paadjes, alhoewel gemakkelijker? Ik, Kevin, hoorde roepen. Het was Inga, ze was gevallen en had haar voet terug omgeslagen en een krak gevoeld. Het is toch niet waar hé, we zitten nog 30km verwijdert van de bewoonde wereld, dit is wel het laatste wat we wensten. 8 weken geleden brak ze deze enkel en alles bleek genezen, tot nu. Een Zweeds koppel stopte nog om hulp te bieden, maar het zou wel gaan zei Inga. Nog 3km te gaan tot de hut, dan kan er gerust worden en kan de voet verzorgd worden. Aangekomen bij de hut bleek dat deze een winkeltje had, hier hebben we ons eens laten gaan. Spaghetti en cola was wat we kochten. Die avond hebben we genoten van de pasta en zijn we op tijd gaan slapen. Wat de voet betreft zullen we morgenvroeg wel beslissen: verder gaan of helicopter?
Dag 9: Sammarlappa – Tarrekaise (13km)
Vandaag zou het een beetje D-day worden voor ons. Na het voorval van gisteren is het een beetje de vraag of de enkel van Inga het zal kunnen houden, we hopen van wel. We staan op, deze nacht had het zo hard geregend dat we de regen hoorde kletteren tegen de ramen van de hut. Deze morgen was het niet anders en toen de huttenwaard het weerbericht voorlas, trok iedereen een beetje een gezicht…de hele dag regen vandaag. We waren de eersten die uit ons bed waren en we waren ook de eersten die op pad gingen. Het wandelpad was dichtbegroeid zoals gisteren, daardoor werden onze schoenen kletsnat, het zou niet lang duren eer onze voeten nat worden dachten we nog. Het pad veranderde snel, het waren grote slijkplassen en grote rotsblokken die we moesten trotseren nu. Slijk en rotsen, je raadt het al. Verschillende malen maakten we schuivers die niet bevorderlijk waren voor de enkel van Inga, maar tot nu toe ging het zei ze. Het bleef regenen en ons wandelpad veranderde in een klein riviertje. De kilometers vorderde langzaam maar het weer begon stilaan te veranderen, het stopte met regenen. Op een gegeven moment kwamen we uit bij een grote woeste rivier. Blijkbaar moesten we die oversteken maar op deze plaats was dit levensgevaarlijk. De moed zakte in onze schoenen maar we moesten een oplossing zoeken. Dan maar stroomafwaarts eens proberen, wat een goed idee was. De stroming van het water was hevig, waardoor we beslisten om onze wandelschoenen toch maar aan te houden. Worden ze nat, dan drogen we ze wel maar het leek veiliger om ze aan te houden. Onze wandelstokken kwamen ook tevoorschijn en zeer voorzichtig staken we 5 snelstromende riviertjes over. Met momenten moesten we ons serieus krap zetten om niet meegesleurd te worden. We zijn er geraakt, zei het wel met onze schoenen vol water maar we waren veilig nu. De volgende hut was maar 4km meer dus veel last zullen we niet hebben. Het begon terug te regenen maar we trokken het ons niet meer aan nu, we waren toch kletsnat. We hadden voorgenomen om bij deze hut te beslissen of we de 7km van de volgende wandeling er nog bij te doen, of te stoppen. Door de natte voeten en de enkel van Inga beslissen we om te blijven en de voet te laten rusten. In de late namiddag hebben we nog geprobeerd om te vissen maar het is eerder bij amuseren gebleven dan eten te vangen. Samen met een Spaans koppel hebben we de hut gedeeld en bij kaarslicht hebben we onze maaltijd opgegeten. Onze grootste zorg deze keer is alles droog krijgen tegen morgen, we zullen wel zien.
Dag 10: Tarrekaise – Njunjes (7km)
Vandaag hebben we eens lekker lang uitgeslapen, we moesten immers maar 7km doen op de ganse dag. Het Spaanse koppel was al vertrokken toen wij uit ons bed kwamen, ze waren van plan om de laatste 2 etappes in 1 dag te doen. Inga haar voet is wel een beetje dik maar hij voelt goed aan zegt ze, dus dat ziet er goed uit. Om 11.30u zijn we pas vertrokken. Het pad was zeer moeilijk begaanbaar door de vele grote rotsen die door de regen van de voorbije dagen zeer glibberig waren. Het tempo stokte maar we hadden tijd met hopen. Opnieuw was het onmogelijk om onze schoenen droog te houden, op sommige plaatsen moesten we wel door de plassen, er was anders geen doorkomen aan. Op sommige plaatsen in het bos hadden we open vlakten waar we konden genieten van het landschap, het was schitterend. Met momenten werd de lucht wel heel donker, zouden we het wel droog kunnen houden vandaag? Het terrein werd ruiger en we begonnen aan onze laatste klim van onze trektocht hadden we op de kaart gezien. Boven aangekomen hadden we een prachtig panorama voor en achter ons. Maar toen begon het te regenen en we moesten nog een steile afdaling doen. Door de enkel van Inga verliep deze erg moeizaam en werden we nog kletsnat door de gietende regen. Geen probleem, binnen een half uurtje zijn we in de hut. We werden hartelijk ontvangen door de huttenwaard, die een bessensapje voor ons klaarmaakte. Deze dag was, ondanks de ‘maar’ 7km, toch zwaar geweest vanwege het ruige terrein. De vriendelijke huttenwaard verzekerde ons dat onze laatste dag een stuk aangenamer zou verlopen want het terrein werd een heel pak gemakkelijker. Die avond hebben we ons eigen verwend met een kommetje chocomousse en volledige worst salami, mm … lekker!
Dag 11: Njunjes – Kvikkjokk (13km)
Onze laatste nacht in de wildernis was een goede geweest, we hadden lekker geslapen. Dit zou onze laatste dag van onze trektocht worden, nog 13km scheidde ons van de bewoonde wereld. Om in Kvikkjokk te geraken moeten we op het einde nog een bootje nemen wat de laatste keer vertrekt om 18u, dit moeten we zeker halen. Om 14u is er ook nog één, en die zouden we graag halen dan kunnen we de bus nog nemen naar Jokkmokk. Na het ontbijt trokken we op pad voor onze laatste dag, de eerste 2km waren nog ruig maar vanaf dan ging het een pak vlotter. We liepen in een dennenbos, dit was lang geleden. Dit ging gepaard met hele zwermen muggen die onze rustpauzes serieus verstoorden. We passeerden een wilde rivier waar het water azuurblauw van was, prachtig! Stilaan kwamen we in de buurt van de bewoonde wereld, dit ondervonden we aan een man die met een quad in het bos aan het crossen was, foei! We kregen al heimwee naar de wildernis, ook al waren we er eigenlijk nog niet uit. Ik zei tegen Inga:”Geniet maar van de laatste kilometer”. Maar voor we het wisten stonden we aan de steiger waar we de boot moesten nemen. Het was afgelopen, we hadden de Padjalantaleden helemaal uitgewandeld. We waren er terecht fier op, zeker als je weet dat Inga de laatste 30km met een gebroken enkel gelopen heeft, chapeau!
Na de overtocht met een bootje stonden we in Kvikkjokk, een klein gehucht in het hoge noorden. Hier namen we de bus naar Jokkmokk, het centrum van de Sami-cultuur. Deze busrit verliep zoals de vele verhalen die we al gehoord hadden over Zweden. Op een gegeven moment stopte de bus voor 2 rendieren die op de weg liepen. We hebben er toch zo’n 500m achter moeten blijven tot de beesten van de weg af wilden. Aangekomen in Jokkmokk hebben we onszelf een plezier gedaan en hebben we een nachtje op hotel gelogeerd. En lekker dat de douche was …!
Dag 12: Jokkmokk – Gällivare Vandaag zullen we terugkeren naar Gällivare, waar alles begon. Maar eerst nog even nagenieten in Jokkmokk, waar we een bezoekje brachten aan het Sami-museum. Dit museum vertelt alles over de Sami’s en hun leven in de bergen. Om 17u vertrok onze bus maar na het museum hadden we nog een uurtje tijd. Dan maar iets gaan drinken in het locale café. Terwijl wij daar zaten kwam er een oude vrouw binnen, blijkbaar de oma van het meisje achter de bar. De vrouw kwam bij ons zitten en we begonnen verhalen te vertellen. Toen haalde ze een zakje boven met allemaal stukjes rendierhoorn met een kruisje ingekrast. “Hier”, zei ze, “kies elk maar één uit ze brengen geluk”. Voor we het wisten was het bijna tijd voor naar de bus te vertrekken en namen afscheid. Morgen zullen we terugvliegen naar Stockholm voor onze citytrip, maar eerst nog een nacht in het hoge noorden.
























- Beoordeling: 10/10
- Moeilijkheidsgraad: moeilijk gezien de lengte
- Start: Ritsem, Zweeds lapland
- Startcoördinaat: N67°38.777 E017°22.080
- Afstand: 144 km
Plaats een reactie